Berichten

In 3 stappen naar effectievere kwaliteitsaudits in de zorg

In deze blog van EscuLine lees je hoe je in 3 stappen naar effectievere kwaliteitsaudits in de zorg kunt toewerken.

Kwaliteitsaudits in de zorg kunnen effectiever! Ondanks dat het doorgaans 1 keer per jaar plaatsvindt, biedt de kwaliteitsaudit kansen voor tijdsbesparing in de zorg. In deze blog lees je hoe je in drie stappen tijd kunt besparen.

Van doelmatigheid naar zinnige zorg

De huidige doelmatigheidsbenchmark in de thuiszorg schiet te kort.

Verschillen in cliënten van thuiszorgteams laten zien dat de huidige definitie van doelmatigheid tekort schiet. Maar er is hoop voor een zinnige analyse over de prestaties van aanbieders van thuiszorg.

EscuLine ging aan de slag met zorginhoudelijke analyses en koppelde Omaha System data aan de gedeclareerde tijd. Op organisatieniveau krijg je dan een gemiddelde. Dat is vergelijkbaar met het landelijk gemiddelde. Je zit eronder of erboven. Niet zo spannend zou je denken. Maar wat wel interessant blijkt is om te bekijken of de afwijkingen op het gemiddelde verklaard kunnen worden vanuit de inhoud. Het loont om als thuiszorgorganisatie en verzekeraar samen te kijken naar die analyse. Dan kun je echt iets zeggen over zinnige zorg!

Ondanks de personeelstekorten die er bijna overal zijn hoor ik toch heel vaak dat de wijkzorg, aldus de financier, doelmatiger kan. Dat betekent dat er teveel tijd wordt besteed die in feite onnodig is. EscuLine ging onlangs voor één van haar klanten aan de slag om vanuit data te bekijken hoe verschillen in doelmatigheid verklaard worden. We hebben de declaratiegegevens verrijkt met zorginhoudelijke data. Daarna hebben we een analyse uitgevoerd over de cliëntpopulatie.

Eén van de financiers had namelijk berekend dat de professionals in deze organisatie niet doelmatig te werk zouden gaan.

Kijken naar doelmatigheid

Om te toetsen of die opmerking terecht is en de zorg doelmatiger (zinniger) kan is het goed om te weten waar het huidige model op gebaseerd is.

Het huidige model heeft een uitkomstindicator ‘gemiddelde zorgkosten per klant per maand’. Deze indicator is een samenstelling van ‘gemiddeld aantal uren per cliënt per maand’ en ‘gemiddeld uurtarief’.

De financier meet het landelijk gemiddelde van de bij hen verzekerde populatie en benchmarkt die met de cliënten die de betreffende organisaties verzorgt.

Verder wordt er gekeken naar: leeftijd, geslacht, sociaal economische status. Het model hanteert een indicator voor zorgduur met de waarden ‘3 maanden en/of korter in zorg’ en ‘langer dan 3 maanden in zorg’. Om te corrigeren voor de hogere zorgzwaarte bij palliatief terminale zorg is ook een indicator voor overlijden van de cliënt opgenomen.

Holistische benadering van data analyses

Samen met de klant hebben wij besloten om de inhoudelijke dossiergegevens (Omaha System) te koppelen aan de declaratie gegevens. Uit de analyse blijkt dat het verstandiger is om breder te kijken dan naar minuten en een paar algemene klantkenmerken. Conclusies trekken aan de hand van het “gemiddeld aantal minuten per cliënt landelijk bij betreffende verzekeraar” versus het “gemiddeld aantal minuten per cliënt van de zorgorganisatie”, is veel te summier en niet houdbaar.

Zonder een perspectief van aandachtsgebieden, domeinen en acties bij de cliëntpopulatie erbij te bekijken loop je het risico een totaal verkeerd beeld te krijgen.

We zien dat de cliëntpopulatie van de financier die de zorg ondoelmatig vond inderdaad meer dan gemiddeld zorg ontving. Dit hebben we afgezet tegen de hele cliëntpopulatie van deze zorginstelling. Bekeken vanuit de classificatie data zien we dat de zorgvraag en zorgzwaarte van de cliënten over tijd is toegenomen. Niet alleen in zwaarte per aandachtsgebied maar juist ook in het aantal aandachtsgebieden.

Doeltreffende doelmatigheid

Door dit te delen en samen te bekijken met de zorgverzekeraar, ontstond er wederzijds begrip. Zo kon er een plan komen om cliënten die graag bij deze organisatie hun zorg ontvangen toch in zorg te kunnen nemen.

Als zorginstelling heb je meer data tot je beschikking dan de financier. Het loont de inhoudelijke ontwikkelingen van jouw cliëntpopulatie te analyseren.

Nederland is op weg naar Value Based Healthcare. Maar daar zijn we nog niet.

De NZA werkt aan een nieuwe bekostiging die ontwikkeld wordt vanuit de uitgangspunten:

  • zorgvraag en zelfredzaamheid van de cliënt,
  • professioneel handelen van de wijkverpleegkundige,
  • en passende wijkverpleegkundige zorg voor cliënten tegen redelijke kosten.

Een mooie ontwikkeling. Dit vraagt om correcte en efficiënte registratie in het ECD. En een holistische benadering van analyse van zorgdata.

In 2019 zal het aantal bestede minuten, leeftijd, geslacht en sociaal economische status verrijkt worden met een regionale score gebaseerd op demografische kenmerken zoals: stedelijkheid, aandeel niet-westerse allochtonen, gemiddeld inkomen, aandeel alleenstaanden, gestandaardiseerde sterfte, nabijheid van ziekenhuizen, huisartsen, en verpleeghuizen.

Vooralsnog geen zorginhoudelijke data.

Het is dus verstandig om zelf je dossierdata te analyseren voor een inhoudelijk perspectief!

Mocht je naar aanleiding van dit artikel vragen hebben of wil je jouw organisatie klaarmaken voor 2019 en daarna? Wij komen graag met je in contact om ideeën uit te wisselen! Meer informatie opdoen over dit thema, lees hierover meer in een eerdere blog.

Robert van Ginkel (robert.vanginkel@esculine.nl)

EscuLine

 

Benieuwd naar meer blogs en nieuws over onze projecten: volg EscuLine op LinkedIn

Haal waarde uit stuurinformatie in 3 heldere stappen

De inzet van analyse tools in de zorg verandert in een rap tempo. Zowel het landschap van tools die worden gebruikt alsook de inhoud waarop gestuurd wordt is aan het veranderen. Deze blog gaat over het belang om regie te voeren op de inhoud en de vormgeving van je stuurinformatie en hoe je gebruikers die in de zorg werken efficiënt kan helpen met stuurinformatie.

Stuurinformatie verandert

10 jaar geleden studeerde ik af op het onderwerp: “de toegevoegde waarde van business intelligence voor de zorg”. Ik heb het onderzoek van destijds er nog eens bij gepakt om terug te halen welke onderwerpen men destijds belangrijk vond in de care. In het onderzoek is in kaart gebracht waarop organisaties graag stuurden. Informatie over: productie, financiën, personeel, productiviteit, uren en verzuim. Belangrijk om te hebben. Maar het blijft bij verslaglegging tot en met vandaag in digitale vorm.

Ga je daarmee gebruikers aan nieuwe inzichten helpen waarmee ze de kwaliteit van hun zorg kunnen verbeteren?

Harde data…

Destijds stonden er ook “inhoudelijke indicatoren” op het wensenlijstje.

Bijvoorbeeld de doorlooptijd totdat er een zorgplan is of het wel of niet aanwezig zijn van een handtekening op het zorgplan. Harde data die niet zo veel zegt over de inhoud van de zorg en de kwaliteit van de zorg. Het zegt iets over je processen en of je in staat bent bepaalde mijlpalen daarin te behalen.

Nee, als je echt iets wilt met kwaliteit dan moet je ook de data die in het dossier staat erbij betrekken. En je moet ook iets met de gegevens uit je klanttevredenheidsonderzoek.

Effect = kwaliteit X acceptatie.

Het effect van de stuurinformatie staat gelijk aan de kwaliteit (is de informatie correct?) maal de mate van acceptatie (wordt het gebruikt?).

Je stuurinformatie kan feitelijk nog zo correct en volledig zijn. Wanneer een zorgmanager of zorgproffesional geen toegevoegde waarde haalt uit de stuurinformatie die aangeboden wordt dan is de kans groot dat het effect dicht bij 0 ligt. En al je inspanningen en investeringen kunnen zomaar niks waard zijn wanneer de informatie er wel heel aantrekkelijk uitziet maar de cijfers niet kloppen.

Het is dus belangrijk om goed na te denken over inhoud, functionaliteit en vormgeving van je stuurinformatie om tot een serieus effect te komen!

3 stappen om harde data en liefdevolle zorg te verbinden!

We kunnen concluderen dat er eigenlijk alleen maar meer data en meer stuurinformatie bijkomt. En dagelijks lezen we dat er in Nederland steeds minder mensen zijn in de zorg en dat echt tijd nemen voor de klant steeds moeilijker wordt. Dat betekent dat we ergens iets effectief moeten doen met onze data. Want 1 ding is duidelijk.

Veel tijd om te grasduinen en te analyseren is er niet op de werkvloer.

  1. Geef ook inhoudelijke terugkoppeling!

Ga inhoudelijke informatie ook delen met zorgprofessionals die dagelijks in de praktijk van de zorg staan. Ze zijn zeer betrokken bij zorg voor andere mensen. Als je ze daarbij vanuit data kunt ondersteunen dan levert dan (h)erkenning op.

Het wordt tijd dat cijfers ook worden gebruikt om zorgprofessionals de terugkoppeling en waardering te geven die ze verdienen!

Dan zul je met meer dan alleen productiviteit, financiën, verzuim of uren moeten komen om ze op het puntje van hun stoel te krijgen. Want: of ze vinden het niet interessant, of ze weten het al. Maar waar je ze wel mee op het puntje van de stoel krijgt? Een terugkoppeling op de zorg die ze hebben geleverd, bijvoorbeeld:

  • Is jouw triage effectief zodat spoedzorg snel ter plaatse is?
  • Ben je in staat geweest om het netwerk van je klant te activeren en klanten tevreden langer thuis te laten wonen?
  • Hoeveel mensen met een wond heb je verzorgd? En zien we een verband tussen de doorlooptijd van de wond en de expertise in het team?
  1. Blijf dichtbij je visie en hou regie op je stuurinformatie!

We komen het helaas veel te vaak tegen. Business Intelligence applicaties die zijn ontploft! Acceptatie laag. Kwaliteit prima. Effect: kan zoveel beter! Blijf vooral dichtbij je visie. In de basis moet je je focussen op 3 dingen:

  • tevreden medewerkers;
  • tevreden klanten;
  • financieel gezond.

Net als het bepalen van de ondersteuningsvraag van een klant is het is belangrijk om altijd door te vragen naar de kern van de vraag en die zo eenvoudig mogelijk terug te laten komen in een analyse of overzicht.

  1. Verbind harde data en zachte data

In een eerder blog schreef ik over de verbinding tussen secundaire informatie en zorginhoudelijke informatie. Mijns inziens wil je die 2 werelden verbinden. Zorgprofessionals kunnen namelijk veel baat kunnen hebben bij inzicht in het effect van keuzes die ze maken in het primaire proces op het (financiële) resultaat van hun team en van de organisatie. Afhankelijk van waar een organisatie staat, proberen we daarin steeds een stap te maken.

Dat begint bijvoorbeeld bij een terugkoppeling op registratie of declaratie en hoe die zich verhoudt ten opzichte van de klanteigenschappen die we zien.

Je merkt dat zorgprofessionals niet opgeleid en gewend zijn om met de geldende declaratieregels te werken. En het liefste wil je ze daar ook helemaal niet mee lastig vallen.

Een simpele declaratiekaart voor bijvoorbeeld het schrijven van uren of registreren van behandelingen kan al heel veel brengen. Daarnaast kun je professionals en teams helpen en coachen met feedback over bijvoorbeeld de keuzes die ze maken in overwerk, inzet van mensen op bepaalde tijdstippen of planning.

Verder kijken dan het dashboard

Vandaag de dag maak je mijns inziens het verschil door verder te kijken dan een dashboard. Het gaat erom wat je concreet doet of kan doen met de data die je presenteert.

Ben je benieuwd naar onze good practises of zou je weleens van gedachten willen wisselen over de mogelijkheden voor jouw organisatie? Neem gerust contact op!

Robert van Ginkel

Ontdek de kansen achter het digitaal classificatie-systeem

Het ECD met een digitaal classificatiesysteem biedt enorme kansen voor de zorg! In de inkoopstukken van de zorgverzekeraars kun je lezen dat je als zorgaanbieder in de thuiszorg verplicht bent om een digitaal classificatie-systeem te gebruiken. Digitaal en classificatie: twee hippe termen in zorgland maar een o zo gevaarlijke combinatie als je niet zelf achter je dashboard kruipt!

 

Waar komt die wens voor een digitaal classificatiesysteem eigenlijk vandaan?

Veel organisaties zijn er nog mee bezig. Het implementeren van hun digitale dossier dat methodisch werken ondersteunt. De afgelopen jaren zijn steeds meer zorgprofessionals gaan werken met een classificatie systeem. Wat het mooie hiervan is, is dat het professionals helpt dezelfde taal te spreken en samen te werken bij de ondersteuning van cliënten.

Zorgverzekeraars willen dat je een classificatiesysteem inzet om te kunnen meten en vergelijken hoe jij het doet ten opzichte van anderen. De eerste zorgverzekeraars en zorgkantoren zijn daar ook al mee begonnen. Ze zien namelijk zelf ook in dat benchmarken op doelmatigheid hoe dat nu gaat een beetje achterhaald is. Er wordt namelijk aan de kostenkant alleen naar tijd gekeken en niet naar de inhoud van wat je dan doet en hoe je dat doet. Het zou zomaar eens kunnen zijn dat acties inzet om zelfzorg en zelfredzaamheid in aanvang meer tijd kosten dan het verzorgen van iemand en handelingen overnemen. Middels een classificatiesysteem leg je gegevens van je inhoudelijke proces vast en kun je er ook iets mee.

Het is dus belangrijk om na te denken over wat je wilt doen met de data uit je ECD. Ongeacht of je nog moet starten met implementeren, aan het implementeren bent, of dat je al een tijdje live bent. Het kan je zoveel brengen als je weet wat je wilt gaan doen met je (dossier) data.

 

Maar waar moet je allemaal rekening mee houden?

Drie tips bij het starten van een zorginhoudelijke analyse:

  1. Niet over de data maar over de zorg! Wanneer je aan de slag wilt gaan met inhoudelijke analyses moet de drijfveer niet zijn dat we de data nu eenmaal hebben. Nee, er moet een vraag achter zitten vanuit de zorg. Als je vindt dat jij je onderscheidt in zorg bijvoorbeeld voor mensen met een auto-immuunziekte. Dan kan een achterliggende vraag zijn. Zien we verschillen in aanpak van de teams? Kunnen we meten wat wel en wat minder effect heeft op de tevredenheid en welzijn van onze cliënten. Kortom begin altijd eerst bij wat je wilt weten (wat is de verbeterkans of het probleem) en ga dan aan de slag om daar gegevens bij te verzamelen.
  2. Met de zorg! Het is natuurlijk leuk om te weten hoe goed je bent in het begeleiden van cliënten met een bepaalde uitdaging of aandoening. Dit kun je gebruiken in gesprekken met financiers. Maar je kunt er intern ook zoveel uithalen om je dienstverlening te verbeteren. Betrek dus de mensen uit de praktijk erbij! Zij kunnen direct een vertaalslag maken waar verbeterkansen liggen als je inzicht krijgt in: hoe komen cliënten bij ons; welke cliënten hebben wij in zorg (gehad); wat doen we allemaal voor onze cliënten en hoe (goed) doen we dat?
  3. Zorg voor vergelijkbare dossiers! Het maakt niet uit of je het nu hebt over zorg met wonen of thuiszorg. Overal verandert er iedere dag wel iets: je krijgt een nieuwe cliënt, zorgvraag verandert, cliënt is tijdelijk uit zorg, etc. Dit heeft effect op de volledigheid van je dossiers. En dus op de bruikbaarheid van je data. De gegevens die je hebt bij een cliënt die pas een week in zorg is, zijn waarschijnlijk nog niet volledig genoeg om relevante informatie te bieden. Voordat je aan de slag gaat met het doen van analyses en vergelijkingen is het van belang dat je onderzoekt of dossiers te vergelijken zijn.

 

Kun je wel zomaar starten?

Als klein ventje mocht ik weleens met mijn moeder mee naar het verzorgingshuis waar ze toen werkte. Ik vond dat helemaal te gek, een beetje over de gang racen in een rolstoel… Tegenwoordig kom ik voor mijn werk regelmatig in verzorgings- en verpleeghuizen. En eerlijk gezegd is die natuurlijke drang om in die leegstaande rolstoel te gaan zitten er nog steeds, maar ik weet die nu wat beter te onderdrukken.

Het starten met zorginhoudelijke analyses is eigenlijk niks anders dan gewoon in die rolstoel gaan zitten. Als je weet wat je wilt, dus als je jouw verbeterkansen en vragen duidelijk hebt, dan kun je gaan!

Wil je eens van gedachten wisselen of sparren over de vragen die je zou kunnen hebben, stuur mij even een berichtje!

 

Robert van Ginkel

robert.vanginkel@esculine.nl