In 3 stappen naar effectievere kwaliteitsaudits in de zorg

In deze blog van EscuLine lees je hoe je in 3 stappen naar effectievere kwaliteitsaudits in de zorg kunt toewerken.

Kwaliteitsaudits in de zorg kunnen effectiever! Ondanks dat het doorgaans 1 keer per jaar plaatsvindt, biedt de kwaliteitsaudit kansen voor tijdsbesparing in de zorg. In deze blog lees je hoe je in drie stappen tijd kunt besparen.

Van doelmatigheid naar zinnige zorg

De huidige doelmatigheidsbenchmark in de thuiszorg schiet te kort.

Verschillen in cliënten van thuiszorgteams laten zien dat de huidige definitie van doelmatigheid tekort schiet. Maar er is hoop voor een zinnige analyse over de prestaties van aanbieders van thuiszorg.

EscuLine ging aan de slag met zorginhoudelijke analyses en koppelde Omaha System data aan de gedeclareerde tijd. Op organisatieniveau krijg je dan een gemiddelde. Dat is vergelijkbaar met het landelijk gemiddelde. Je zit eronder of erboven. Niet zo spannend zou je denken. Maar wat wel interessant blijkt is om te bekijken of de afwijkingen op het gemiddelde verklaard kunnen worden vanuit de inhoud. Het loont om als thuiszorgorganisatie en verzekeraar samen te kijken naar die analyse. Dan kun je echt iets zeggen over zinnige zorg!

Ondanks de personeelstekorten die er bijna overal zijn hoor ik toch heel vaak dat de wijkzorg, aldus de financier, doelmatiger kan. Dat betekent dat er teveel tijd wordt besteed die in feite onnodig is. EscuLine ging onlangs voor één van haar klanten aan de slag om vanuit data te bekijken hoe verschillen in doelmatigheid verklaard worden. We hebben de declaratiegegevens verrijkt met zorginhoudelijke data. Daarna hebben we een analyse uitgevoerd over de cliëntpopulatie.

Eén van de financiers had namelijk berekend dat de professionals in deze organisatie niet doelmatig te werk zouden gaan.

Kijken naar doelmatigheid

Om te toetsen of die opmerking terecht is en de zorg doelmatiger (zinniger) kan is het goed om te weten waar het huidige model op gebaseerd is.

Het huidige model heeft een uitkomstindicator ‘gemiddelde zorgkosten per klant per maand’. Deze indicator is een samenstelling van ‘gemiddeld aantal uren per cliënt per maand’ en ‘gemiddeld uurtarief’.

De financier meet het landelijk gemiddelde van de bij hen verzekerde populatie en benchmarkt die met de cliënten die de betreffende organisaties verzorgt.

Verder wordt er gekeken naar: leeftijd, geslacht, sociaal economische status. Het model hanteert een indicator voor zorgduur met de waarden ‘3 maanden en/of korter in zorg’ en ‘langer dan 3 maanden in zorg’. Om te corrigeren voor de hogere zorgzwaarte bij palliatief terminale zorg is ook een indicator voor overlijden van de cliënt opgenomen.

Holistische benadering van data analyses

Samen met de klant hebben wij besloten om de inhoudelijke dossiergegevens (Omaha System) te koppelen aan de declaratie gegevens. Uit de analyse blijkt dat het verstandiger is om breder te kijken dan naar minuten en een paar algemene klantkenmerken. Conclusies trekken aan de hand van het “gemiddeld aantal minuten per cliënt landelijk bij betreffende verzekeraar” versus het “gemiddeld aantal minuten per cliënt van de zorgorganisatie”, is veel te summier en niet houdbaar.

Zonder een perspectief van aandachtsgebieden, domeinen en acties bij de cliëntpopulatie erbij te bekijken loop je het risico een totaal verkeerd beeld te krijgen.

We zien dat de cliëntpopulatie van de financier die de zorg ondoelmatig vond inderdaad meer dan gemiddeld zorg ontving. Dit hebben we afgezet tegen de hele cliëntpopulatie van deze zorginstelling. Bekeken vanuit de classificatie data zien we dat de zorgvraag en zorgzwaarte van de cliënten over tijd is toegenomen. Niet alleen in zwaarte per aandachtsgebied maar juist ook in het aantal aandachtsgebieden.

Doeltreffende doelmatigheid

Door dit te delen en samen te bekijken met de zorgverzekeraar, ontstond er wederzijds begrip. Zo kon er een plan komen om cliënten die graag bij deze organisatie hun zorg ontvangen toch in zorg te kunnen nemen.

Als zorginstelling heb je meer data tot je beschikking dan de financier. Het loont de inhoudelijke ontwikkelingen van jouw cliëntpopulatie te analyseren.

Nederland is op weg naar Value Based Healthcare. Maar daar zijn we nog niet.

De NZA werkt aan een nieuwe bekostiging die ontwikkeld wordt vanuit de uitgangspunten:

  • zorgvraag en zelfredzaamheid van de cliënt,
  • professioneel handelen van de wijkverpleegkundige,
  • en passende wijkverpleegkundige zorg voor cliënten tegen redelijke kosten.

Een mooie ontwikkeling. Dit vraagt om correcte en efficiënte registratie in het ECD. En een holistische benadering van analyse van zorgdata.

In 2019 zal het aantal bestede minuten, leeftijd, geslacht en sociaal economische status verrijkt worden met een regionale score gebaseerd op demografische kenmerken zoals: stedelijkheid, aandeel niet-westerse allochtonen, gemiddeld inkomen, aandeel alleenstaanden, gestandaardiseerde sterfte, nabijheid van ziekenhuizen, huisartsen, en verpleeghuizen.

Vooralsnog geen zorginhoudelijke data.

Het is dus verstandig om zelf je dossierdata te analyseren voor een inhoudelijk perspectief!

Mocht je naar aanleiding van dit artikel vragen hebben of wil je jouw organisatie klaarmaken voor 2019 en daarna? Wij komen graag met je in contact om ideeën uit te wisselen! Meer informatie opdoen over dit thema, lees hierover meer in een eerdere blog.

Robert van Ginkel (robert.vanginkel@esculine.nl)

EscuLine

 

Benieuwd naar meer blogs en nieuws over onze projecten: volg EscuLine op LinkedIn

Succesvol omgaan met een BI Dashboard in je organisatie, in 3 stappen.

Dingen die ze je niet vertellen over je BI dashboard.

Veel zorginstelling hebben een Business Intelligence- of data analyse applicatie of zijn bezig met de implementatie ervan. Voor betrokkenen bij dit project voelt dat vaak alsof het werk dan klaar is. Maar niets is minder waar. Dan begint het pas! Arne van Groenland legt in een aantal stappen uit wat je te doen staat als het BI-dashboard is opgeleverd. Arne is bij EscuLine management coach en health analytics specialist.

Waar sta je?

De vraag lijkt eenvoudig, maar probeer ‘m eens te beantwoorden op basis van dit plaatje. Zomaar een grafiek met een x en y as. Sta je wat BI en managementinformatie betreft nog maar aan het begin, links onderaan? Je positie hoeft niets te zeggen over de snelheid waarmee je je kunt ontwikkelen.

EscuLine

Worsteling

Ik zie veel organisaties worstelen met het borgen van het gebruik van BI-tools bij de processen in de organisatie. BI is geen Febo kroket die je uit de muur trekt. Waarom zijn er zoveel zorgorganisaties die worstelen met het passend krijgen van BI applicatie voor hun organisatie? Wat zou daarvan de reden zijn?

Data groeit. Zowel in omvang als in betekenis voor instellingen. Er zijn steeds meer tools om van data eenvoudige overzichten te maken. Dat weten ook steeds meer praktijkhouders, zorgprofessionals en (zorg)managers. Maar dat juist het goed leren omgaan met deze tools en het gebruiken van de informatie pas begint als je klaar bent met de implementatie van een BI-dashboard. Dat wordt nogal eens vergeten.

De meest ingewikkelde stap is het leren gebruiken van het dashboard. Het verzamelen van data, de vormgeving en datavalidatie zijn vaak niet de grootste uitdagingen. Daarmee zeg ik niet dat dit eenvoudig werk is. Dit is het technische aspect van het ontwikkelen van een dashboard. Dit is het gedeelte dat goed beheersbaar is, mits dit vakkundig wordt aangepakt. De stap daarna, teams en managers begeleiden en in staat stellen écht iets te doen met de informatie. Dat vraagt energie en creatief denkvermogen!

Twee type organisaties:

Ik onderscheid op hoofdlijnen twee type organisaties:

  1. Organisaties die weten wat ze willen met hun data en actief op zoek zijn gegaan naar een partner die ze daarbij kan helpen. Die organisaties begrijpen dat de oplossing die bij ze past niet meteen af is (want dan ben je beter af bij de Febo). Ze begrijpen dat een applicatie die bij ze past wordt ontwikkeld vanuit partnerschap. Daarin komen techniek en zorginhoudelijke processen samen.
  2. En er zijn organisaties die zonder dat ze scherp hebben wat ze precies willen iets gaan doen met BI en Health Analytics. Hier is het vooral van belang dat er besef komt van de impact die feiten kunnen hebben op de organisatie. De ICT-oplossing wordt opgeleverd, maar de vertaling naar de eindgebruiker en de processen krijgen vaak weinig aandacht.

Menselijke factor

Analyse dashboards zijn een hulpmiddel waarvan het nut gezien moet worden, anders haalt de organisatie er op de langere termijn niet de toegevoegde waarde uit. Door niet primair te focussen op de techniek, de ontwikkeling en oplevering van een dashboard maar juist op de fase die hierna komt, kun je op de lange termijn blijvende verandering bewerkstelligen. Hierbij is de menselijke factor heel belangrijk. Als implementatiepartner is aanhaken bij de situatie waarin de klant zich bevindt  de grote uitdaging.

“Succesmomenten stel ik graag uit tot het moment waarop de (eind)gebruiker zijn succes viert. Iedere klantsituatie is anders. Ik geloof daarom niet in standaard analyse dashboards maar heb het liever over het slim delen van best practises. Het echte succes wordt bepaald door de mate waarmee de eindgebruiker er echt aan de slag gaat”.

BI DASHBOARD KLAAR? DAN BEGINT HET PAS!

Een BI-dashboard dient te communiceren met alle geledingen in de organisatie. Een implementatiepartner die de taal spreekt kan het verschil maken.

 

Drie stappen om BI en organisatie op elkaar te laten aansluiten:

1. Zorg dat het dashboard de taal van jouw organisatie spreekt

Wil je vanuit een (interne) benchmark gegevens bekijken of vind je het belangrijk dat de eindgebruiker in eerste instantie kan analyseren welke professionals binnen het team als eerste ondersteuning nodig hebben? Dit is voor iedere organisatie verschillend. Ook definities kunnen verschillen per organisatie. Bepaal eerst de definities voordat je vaststelt hoe iets visueel moet worden weergegeven.

2. Bedenk op welke niveaus binnen je organisatie het dashboard gebruikt gaat worden en haak aan bij het perspectief van de eindgebruiker

Maak verbinding met de eindgebruikers. Luister naar feedback en verwerk die ook in de applicatie om zo optimaal te kunnen profiteren van de tool. Een zorginhoudelijk manager heeft andere wensen dan een business controller.

Het is helemaal niet gek om meerdere dashboard varianten aan te bieden, gebaseerd op dezelfde data maar dan afhankelijk van de eindgebruikers. Monitor je het gebruik van jouw BI applicatie? Analyseer de olifantenpaadjes die gebruikers gebruiken in de dashboards. Welke olifantenpaadjes gebruiken de eindgebruikers? Wanneer loggen gebruikers vooral in? Wat raadplegen ze dan en hoe doen ze dit? Die inzichten bieden waardevolle informatie om de analyse applicatie te versterken.

3. Ga een partnerschap aan met een leverancier die meer kan dan het technisch inrichten van een tool maar ook inhoudelijk een visie heeft op jouw data en hoe je daarmee het verschil kan maken

Realiseer je dat de reis (het analyseren van de data) pas begint als het dashboard af is! In een vorig blog heb je kunnen lezen dat data-analyses steeds vaker onderwerp overstijgend zijn om een goed en volledig inzicht te kunnen geven.

Bij de interpretatie van data is het van belang om ondersteund te worden door een (implementatie)partner die begrijpt welke data je aan elkaar kan verbinden. Een partner die inhoudelijke visie heeft op wat je kan doen met je data en die je (pragmatisch) uitdaagt om méér te doen met die data. Dit kan op termijn heel veel waard blijken te zijn voor je organisatie.

Loopt uw organisatie aan tegen uitdagingen bij het gebruik of de implementatie van analyse dashboards? Bent u op zoek naar handvatten binnen uw organisatie om gebruik te optimaliseren of bent u nieuwsgierig naar wat wij samen kunnen vinden in uw data, ik kom graag met u in contact. Mail of bel voor een afspraak.

Arne van Groenland

arne.vangroenland@esculine.nl

EscuLine

 

Haal waarde uit stuurinformatie in 3 heldere stappen

De inzet van analyse tools in de zorg verandert in een rap tempo. Zowel het landschap van tools die worden gebruikt alsook de inhoud waarop gestuurd wordt is aan het veranderen. Deze blog gaat over het belang om regie te voeren op de inhoud en de vormgeving van je stuurinformatie en hoe je gebruikers die in de zorg werken efficiënt kan helpen met stuurinformatie.

Stuurinformatie verandert

10 jaar geleden studeerde ik af op het onderwerp: “de toegevoegde waarde van business intelligence voor de zorg”. Ik heb het onderzoek van destijds er nog eens bij gepakt om terug te halen welke onderwerpen men destijds belangrijk vond in de care. In het onderzoek is in kaart gebracht waarop organisaties graag stuurden. Informatie over: productie, financiën, personeel, productiviteit, uren en verzuim. Belangrijk om te hebben. Maar het blijft bij verslaglegging tot en met vandaag in digitale vorm.

Ga je daarmee gebruikers aan nieuwe inzichten helpen waarmee ze de kwaliteit van hun zorg kunnen verbeteren?

Harde data…

Destijds stonden er ook “inhoudelijke indicatoren” op het wensenlijstje.

Bijvoorbeeld de doorlooptijd totdat er een zorgplan is of het wel of niet aanwezig zijn van een handtekening op het zorgplan. Harde data die niet zo veel zegt over de inhoud van de zorg en de kwaliteit van de zorg. Het zegt iets over je processen en of je in staat bent bepaalde mijlpalen daarin te behalen.

Nee, als je echt iets wilt met kwaliteit dan moet je ook de data die in het dossier staat erbij betrekken. En je moet ook iets met de gegevens uit je klanttevredenheidsonderzoek.

Effect = kwaliteit X acceptatie.

Het effect van de stuurinformatie staat gelijk aan de kwaliteit (is de informatie correct?) maal de mate van acceptatie (wordt het gebruikt?).

Je stuurinformatie kan feitelijk nog zo correct en volledig zijn. Wanneer een zorgmanager of zorgproffesional geen toegevoegde waarde haalt uit de stuurinformatie die aangeboden wordt dan is de kans groot dat het effect dicht bij 0 ligt. En al je inspanningen en investeringen kunnen zomaar niks waard zijn wanneer de informatie er wel heel aantrekkelijk uitziet maar de cijfers niet kloppen.

Het is dus belangrijk om goed na te denken over inhoud, functionaliteit en vormgeving van je stuurinformatie om tot een serieus effect te komen!

3 stappen om harde data en liefdevolle zorg te verbinden!

We kunnen concluderen dat er eigenlijk alleen maar meer data en meer stuurinformatie bijkomt. En dagelijks lezen we dat er in Nederland steeds minder mensen zijn in de zorg en dat echt tijd nemen voor de klant steeds moeilijker wordt. Dat betekent dat we ergens iets effectief moeten doen met onze data. Want 1 ding is duidelijk.

Veel tijd om te grasduinen en te analyseren is er niet op de werkvloer.

  1. Geef ook inhoudelijke terugkoppeling!

Ga inhoudelijke informatie ook delen met zorgprofessionals die dagelijks in de praktijk van de zorg staan. Ze zijn zeer betrokken bij zorg voor andere mensen. Als je ze daarbij vanuit data kunt ondersteunen dan levert dan (h)erkenning op.

Het wordt tijd dat cijfers ook worden gebruikt om zorgprofessionals de terugkoppeling en waardering te geven die ze verdienen!

Dan zul je met meer dan alleen productiviteit, financiën, verzuim of uren moeten komen om ze op het puntje van hun stoel te krijgen. Want: of ze vinden het niet interessant, of ze weten het al. Maar waar je ze wel mee op het puntje van de stoel krijgt? Een terugkoppeling op de zorg die ze hebben geleverd, bijvoorbeeld:

  • Is jouw triage effectief zodat spoedzorg snel ter plaatse is?
  • Ben je in staat geweest om het netwerk van je klant te activeren en klanten tevreden langer thuis te laten wonen?
  • Hoeveel mensen met een wond heb je verzorgd? En zien we een verband tussen de doorlooptijd van de wond en de expertise in het team?
  1. Blijf dichtbij je visie en hou regie op je stuurinformatie!

We komen het helaas veel te vaak tegen. Business Intelligence applicaties die zijn ontploft! Acceptatie laag. Kwaliteit prima. Effect: kan zoveel beter! Blijf vooral dichtbij je visie. In de basis moet je je focussen op 3 dingen:

  • tevreden medewerkers;
  • tevreden klanten;
  • financieel gezond.

Net als het bepalen van de ondersteuningsvraag van een klant is het is belangrijk om altijd door te vragen naar de kern van de vraag en die zo eenvoudig mogelijk terug te laten komen in een analyse of overzicht.

  1. Verbind harde data en zachte data

In een eerder blog schreef ik over de verbinding tussen secundaire informatie en zorginhoudelijke informatie. Mijns inziens wil je die 2 werelden verbinden. Zorgprofessionals kunnen namelijk veel baat kunnen hebben bij inzicht in het effect van keuzes die ze maken in het primaire proces op het (financiële) resultaat van hun team en van de organisatie. Afhankelijk van waar een organisatie staat, proberen we daarin steeds een stap te maken.

Dat begint bijvoorbeeld bij een terugkoppeling op registratie of declaratie en hoe die zich verhoudt ten opzichte van de klanteigenschappen die we zien.

Je merkt dat zorgprofessionals niet opgeleid en gewend zijn om met de geldende declaratieregels te werken. En het liefste wil je ze daar ook helemaal niet mee lastig vallen.

Een simpele declaratiekaart voor bijvoorbeeld het schrijven van uren of registreren van behandelingen kan al heel veel brengen. Daarnaast kun je professionals en teams helpen en coachen met feedback over bijvoorbeeld de keuzes die ze maken in overwerk, inzet van mensen op bepaalde tijdstippen of planning.

Verder kijken dan het dashboard

Vandaag de dag maak je mijns inziens het verschil door verder te kijken dan een dashboard. Het gaat erom wat je concreet doet of kan doen met de data die je presenteert.

Ben je benieuwd naar onze good practises of zou je weleens van gedachten willen wisselen over de mogelijkheden voor jouw organisatie? Neem gerust contact op!

Robert van Ginkel

Optimaliseer de potentie van je ECD met Business Intelligence!

Net als in veel andere branches wordt er in de zorg continu gezocht naar verbeteringen. Er is nog veel te halen in de processen die rondom de zorg zijn opgetuigd. Dankzij methodisch werken en geclassificeerd gegevens bijhouden kun je analyseren of er ook verbeteringen in het primaire proces mogelijk zijn.

Er is heel veel te doen over de registratielast in de zorg. En terecht. Daar valt veel te halen en te verbeteren.

Een medaille heeft 2 kanten. Je moet mijns inziens naast het terugdringen van overbodige registratielast tegelijkertijd ook bezig zijn met de verbetermogelijkheden die er zijn in het primaire proces.

Dat er gevaarlijke situaties kunnen ontstaan wanneer je beschikbare (ICT) hulpmiddelen, domweg niet of niet goed gebruikt, heb ik vorig jaar zelf van dichtbij gezien. Dat motiveert om een steentje bij te dragen aan betere zorg.

Data met een verhaal

We zien steeds meer zorgorganisaties die methodisch werken implementeren en daarbij gebruik maken van instrumenten en classificatie systemen. Voor organisaties die zichzelf willen verbeteren, een welkom geschenk. Want dit levert in de loop van de tijd meer en meer gestructureerde data waar je iets mee kan! Data met een verhaal. Dat de mogelijkheden aanzienlijk zijn ervaren wij dagelijks bij ons werk. In dit artikel een drietal voorbeelden van analyses die wij recent in de praktijk hebben opgezet.

De praktijk van data-analyse

EscuLine ging aan de slag om vanuit een veelgebruikt digitaal zorgdossier gegevens te ontsluiten en een model te maken waarmee je inzicht krijgt in de verbeterkansen in het primaire proces. Er zijn veel toepassingen mogelijk. Hierna worden 3 voorbeelden beschreven van analyses die wij onlangs samen met een partner hebben ontwikkeld:

  1. Hoe gebruiken we het zorgdossier nu? Is dat in lijn met onze visie?

We maken inzichtelijk tijdens de in gebruik name van een dossier (veel organisaties zijn nog bezig met implementatie en uitrol), welke teams er beter ondersteund kunnen worden en welke teams al behoorlijk op stoom zijn en in lijn met de visie van de organisatie werken.

Bijvoorbeeld: “niet teveel doelen maken en een haalbare doorlooptijd op een doel”. We houden de zorg realistisch en praktisch uitvoerbaar. Omdat je doelen koppelt aan een aandachtgebied en bijvoorbeeld laat zien welke doelen er langer doorlopen, kun je ook in een analyse context (mee)geven die een verhaal verteld.

  1. Welke aandachtsgebieden komen veel voor bij onze cliënten en kunnen we van elkaar leren?

In een classificatiesysteem leg je duidelijk vast wat de aandachtsgebieden van een cliënt zijn. Hierdoor kun je vergelijken of teams verschillend omgaan met acties en soort acties of interventies die ze doen. Als je dit vergelijkt met de scores op zorgdoelen kun je voor teams inzichtelijk maken waar ze van elkaar kunnen leren.

  1. Wat doen we om zorgdoelen te bereiken?

Ook hebben we een dashboard gecreëerd dat inzicht geeft in de type acties die worden uitgezet samen met cliënten. Bijvoorbeeld bij het proberen te verlagen van bloeddruk. Welke acties zetten we uit en in welke gevallen leidt dit tot het gewenste resultaat. Op het niveau van 1 cliënt zijn die gegevens er natuurlijk gewoon in het dossier. Maar als je data aggregeert en combineert met extra gegevens. Bijvoorbeeld van tijdregistratie of aanwezigheidsregistratie, geeft dat inzicht in effect van zorg.

Voorruit denken

We merken dat veel organisaties recent zijn gestart met methodisch en digitaal werken. Of misschien zit je nog middenin de implementatie. De ervaring leert het juist in die fase loont om goed na te denken over de analyses die je straks wilt maken. En vanuit dat perspectief ook bekijkt hoe je de data die je daarvoor nodig hebt wilt vastleggen.

Heb je daar vragen over? Ben je onlangs live gegaan met je dossiers en wil je inzicht in welke professionals nog ondersteuning nodig hebben? Of heb je zelf een mooie analyse in gedachten die graag eens zou willen opzetten?

Wij komen graag met je in contact om ideeën uit te wisselen!

Robert van Ginkel (robert.vanginkel@esculine.nl)

EscuLine

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Praktijkmanagement, kans of bedreiging voor de huisarts?

 

Praktijkmanagement is een hot item in de huisartsenzorg. We gaan er in 2018 nog veel van horen. Is praktijkmanagement een kans voor de dokter of bedreiging voor de ondernemende praktijkhouder? Arne van Groenland, adviseur Health Analytics, blogt over dit heikele onderwerp en komt met verrassende inzichten.

In grote lijnen is het doel van de zorgverzekeraar dat de huisarts zijn tijd gebruikt voor dat waar hij of zij goed in is en waarvoor de huisarts is opgeleid. Met praktijkmanagement, een inmiddels bekende betaaltitel, wordt het mogelijk voor praktijken om personeel aan te nemen dat er voor moet zorgen dat het management van de organisatie niet langer door de huisarts zelf wordt uitgevoerd.

Maar is praktijkmanagement wel zo’n goed idee?

Ik voorzie drie grote uitdagingen die de realisatie van beoogde tijdsbesparing van de huisarts in de weg staan.

1. Waarom zou je het managen uitbesteden?

Administratie; intensieve begeleiding van personeel; overstijgende overlegstructuren. Hoewel veel taken misschien bij de huisarts niet in juiste handen zijn, is het wel de vraag of je het managen zomaar kunt uitbesteden. In mijn ogen zijn de voorwaarden die opgesteld worden te kort door de bocht en ze doen geen recht aan het ondernemerschap van de huisarts.

Als praktijkhouder moet je ruimte hebben om het beleid en de visie op ondernemerschap in eigen beheer te ontwikkelen.

2. Hoe gaat dat eigenlijk in de praktijk?

De verzekeraar verwacht altijd iets terug. In dit geval moet de arts aantonen dat met de gelden ook daadwerkelijk meer uren beschikbaar komen voor uitvoerende werkzaamheden in de zorg.

Ik zie in de praktijk dat het management en het ondernemerschap toch echt voor het grootste deel van de tijd wordt uitgevoerd in het weekend, de avonduren, vrije dagen of tijdens de pauze. Het grootste deel van de huisartsen doet het management erbij. Het idee dat er ineens veel meer tijd beschikbaar komt voor zorg is in mijn ogen niet reëel.

Wel hoop je met een dergelijke financiering de werkdruk te verlagen en de huisarts te voorzien van meer eigen tijd maar hoe maak je dat meetbaar?

3. De mug en de olifant…

Ten slotte is een manager maar al te vaak een te dure en te zware oplossing voor de omvang van de huisartspraktijk. In een commerciële onderneming is er ook serieuze omvang nodig voordat je na gaat denken over het inzetten van competent management. Waarom zou dat in de zorg dan wel het verschil kunnen maken? Juist in deze branche moeten we immers op de centen letten.

Waar moeten we de oplossing dan wel zoeken?

Volgens mij moet de huisarts worden ondersteund in het management van zijn praktijk. Niet perse door een manager, maar door partijen / personen die specifieke diensten kunnen leveren. Die voegen toe wat de huisarts mist. Denk aan kennis over financiën of fiscaal, juridische zaken en slimme ICT-oplossingen.

Slim uitbesteden

Het belangrijkste is dat de huisarts geholpen wordt. Dat de huisarts tijdig kan handelen en de juiste ondersteuning op maat kan inschakelen. Die ondersteuning gaat verder dan de medisch-inhoudelijke kant van het werk. Er kan veel betere ondersteuning geboden worden vanuit bestaande structuren in de procesmatige en bedrijfsmatige implementatie.

Neem de ouderenzorg bijvoorbeeld. Iedereen wil iets met deze (ingewikkelde) categorie patiënten. Overal zijn voorbeelden van goede initiatieven die een bepaalde medische ondersteuning en vangnet bieden. Maar een bredere kijk op de invloed van deze categorie patiënten op de werkzaamheden binnen de praktijk, vanuit bedrijfsmatig perspectief, blijft vaak achterwege.

En data

Daarbij is data de oplossing. Het verbinden van kennis binnen de organisatie. Zowel inhoudelijk als organisatorisch, de analyse van data en de vertaling naar concrete maatregelen. Door te investeren in kennis wordt “management” efficiënter, creëer je mogelijkheden om de kwaliteit van de zorg te verbeteren en komt de huisarts beter uit de verf als ondernemer.

Wie daarover eens van gedachten wil wisselen. Wij kunnen je helpen om in de huisartsenpraktijk slim om te gaan met praktijkmanagement. Reageer op dit blog of stuur mij een berichtje.

 

Arne van Groenland

Arne.vangroenland@esculine.nl

 

Waarom Health Analytics de zorg kan veranderen

 

In het regeerakkoord 2017-2021 kun je het lezen. Ruim 2 miljard wordt er geïnvesteerd in ouderenzorg (verpleeghuiszorg). Aandacht voor preventie, gezondheidsbevordering, innovatie en kwaliteit van leven. Wie iets verder leest constateert dat de uitdaging die de zorg heeft alleen maar groter wordt. De middelen stijgen minder snel dan de vraag. En terwijl er nu al vaak kritiek is vanuit verschillende hoeken over het beschikbare budget. Huisartsen, ziekenhuizen, thuiszorg en GGZ leveren in. Aan het systeem dat we nu kennen, een systeem met “gereguleerde concurrentie”, wordt niet gesleuteld. De scheidsrechtersrol blijft bij de zorgverzekeraar. Weinig innovatiefs, zou de conclusie kunnen zijn.

Daar kun je als professionals of zorgorganisatie natuurlijk ontevreden over zijn en terecht over mopperen. Maar daar wordt het doorgaans niet beter van. Als zorgorganisatie zal je je moeten wapenen tegen druk die vanuit financiers zal toenemen om de kosten binnen de perken te houden. Belangrijk dus om te meten en te weten hoe jij het doet voor cliënt en patiënt

Dit blog geeft een voorbeeld hoe je besparingskansen kunt vinden zonder dat je daarmee aan kwaliteit inboet en gaat in op vraag waarom het analyseren van eigen zorgdata nou zo belangrijk is voor kwalitatief goede zorg.

 

Nog meer besparen?!

Als het zo gaat als bedacht dan gaat de betere inkoop van medicatie heel wat brengen in de voorgenomen besparingen. Maar, zo berekende het CPB, niet de 1,9 miljard die bespaard moet worden maar slechts 0,9 miljard. Er valt dus een gat van maar liefst 1 miljard tussen de plannen in het regeerakkoord en de doorrekening van het CPB. Er wordt geïnvesteerd in technologie en innovaties in de zorg. Of de 40 miljoen die hiervoor beschikbaar komt het verschil met van die 1 miljard bezuinigen goed gaat maken zal de tijd leren. Maar dat er besparingen mogelijk zijn door gebruik te maken van bestaande (of noem het innovatieve) technologie, heb ik laatst zelf ervaren.

 

Bijvoorbeeld in het ziekenhuis…

Ik was onlangs met iemand die MS heeft mee naar een ziekenhuis, waar hij een afspraak had met een specialist.

Dit was de derde specialist in ook het derde ziekenhuis waar hij kwam en uiteraard werd er opnieuw een anamnese gedaan. Tot mijn verbazing in vrije “verhalende” tekst ergens in het Elektronisch Patiënten Dossier. De specialist had namelijk summiere overdrachtsinformatie voorhanden dus moest het riedeltje opnieuw ingeklopt worden. Het bezoek had als doel om te bepalen of de klant een operatie kan krijgen om zijn bevingen te verminderen. De specialist maakte een filmpje van zijn bevingen en klachten zodat hij beeldmateriaal heeft om de casus goed te kunnen bespreken met het team.

 

We gebruiken de technologische mogelijkheden dus blijkbaar al wel! We weten ze alleen nog niet effectief te delen tussen professionals onderling.

 

Hoe zit dat in ouderenzorg en GGZ?

Ook in de ouderenzorg ligt hier een enorme kans voor verbetering. In onlangs verschenen onderzoek van Nictiz naar gebruik van eHealth in de ouderzorg geeft 90% van de ondervraagde professionals aan dat ze gegevens uitwisseling vanuit een ECD een must vinden voor goede zorg. Dat is meer dan de inzet van een cliënt portaal of digitale medicatie controle! Ook in de GGZ is duidelijk dat er op het gebied van koppelvlakken en informatie uitwisseling nog heel veel te doen is.

Investering in innovatieve werkwijzen. 40 miljoen in 4 jaar, en daarna ieder jaar 5 erbij. Bovenop het bestaande budget uiteraard. Ik zou zeggen zorg dat je als organisatie aanspraak weet te maken op het beschikbare budget! En zorg ook dat je straks data en analyse middelen hebt waarmee je verschillen en effecten van de inzet van die techniek kunt bijhouden en meten. Verzamel de argumenten die ervoor zorgen dat jij de zorg voor je cliënten en patiënten kunt blijven leveren zonder concessies aan kwaliteit (of tijd) te moeten doen.

 

Health Analytics kan je helpen!

De best bewaarde geheimen van de gezondheidszorg worden helaas nog veel te vaak bewaard in ongestructureerde verhalende tekst. Gelukkig helpen steeds meer ICT systemen de gebruikers efficiënt en gestructureerd te registreren (hierover schreef ik al eens in een eerder blog). Daar kan nog veel verbeterd worden maar er is een goede ontwikkeling. We beschikken over steeds meer gestructureerde data waar we iets mee kunnen. En er zijn ook tools die je kunnen helpen bij het analyseren van verhalende rapportages. Slim zoeken en zelflerende algoritmes die verbanden destilleren vanuit tekst. Maar daar waar mogelijk pleit ik voor efficiënte registratie bij de bron.

Dit vraagt een nieuwe manier van kijken naar Business Intelligence en Analytics. Dit vraagt visie op sturing en knowhow van het primaire proces. Een frisse blik op de stuurinformatie die je de komende jaren nodig gaat hebben! Een blik die zorgt dat je HIS, KIS, ECD, EPD, etc. je gaat helpen om de analyses te kunnen maken over het effect van acties, begeleiding en behandelingen. Of ze nu fysiek of digitaal worden ingezet. Denk goed na over de inrichting en over de analyses die je er straks uit zou willen halen. Wil je meten of beeldbellen een effect heeft op de tevredenheid van cliënt of patiënt? Of wil je samen met je ketenpartner veel meer proactief zijn in de zorg voor je patiënt / cliënt bezig zijn? Dan zul je daar nu de stappen voor moeten ondernemen.

De komende kabinetsperiode is er extra geld beschikbaar voor innovatieve werkwijzen. Aan de technische hulpmiddelen die in deze blog beschreven staan is niet zoveel innovatiefs op zich. Want de techniek is er al gewoon. Maar in de context waarbinnen we ze kunnen gaan gebruiken is het wel degelijk een nodige innovatie.

Ben jij benieuwd hoe jij met 1-0, 2-0 of 3-0 voor komt te staan in het circus van innovatie in de zorg?

Nodig ons uit of kom langs voor een kennismaking!

 

Robert van Ginkel

robert.vanginkel@esculine.nl

 

 

Het geheim van zorgdata

Data is het nieuwe goud.

Maar pas op voor gouden bergen. In dit artikel lees je hoe zorgdata groeit en kan veranderen in goud. Je moet er wel iets voor doen voordat data in goud verandert!

 

Digitalisering van zorgdata

De meeste zorginstellingen verwerken de uren, verzuim, declaraties en allerhande verplichte of niet verplichte registraties digitaal. Steeds meer organisaties beheren zorgdossiers digitaal en communiceren digitaal met klanten, mantelzorgers en andere betrokkenen.

Veel zorginstellingen hebben inmiddels een digitaal dossier. De snelste route om dat te bereiken is dat wat eens op papier was 1 op 1 te digitaliseren. Inmiddels zitten we midden in de volgende innovatie. Het gebruiken van dossiers die ‘slim’ zijn, ondersteunend werken voor de professional, en ervoor zorgen dat je zo min mogelijk hoeft te registreren.

Nog niet iedere organisatie werkt digitaal. Maar de papieren mappen verdwijnen snel. En met 1,2 miljoen mensen werkzaam in de zorg, neemt de hoeveelheid data gestaag toe.

Big data

Door digitalisering op de werkvloer groeit de hoeveelheid zorgdata gestaag maar dat valt in het niet bij de groei die van eHealth en Domotica oplossingen meebrengen.

  • Slimme sensoren die ons in de smiezen houden,
  • Wearables die hartslag en bloedruk kunnen meten,
  • Diabetische patches die bloedsuiker meten.

Enkele voorbeelden van toepassingen die we in de nabije toekomst steeds meer een meer gaan zien. Steeds vaker gaan zorg en technologie hand in hand. Een hele belangrijke ontwikkeling voor het zelf kunnen ‘managen’ van je ziekte of beperking en anderzijds ook een welkome helpende hand bij personeelstekorten.

Deze oplossingen registreren big data met een snelheid en frequentie die de snelste typisten niet bij kunnen houden!

Gouden data

Hoe verander je data in goud?

Stap 1, slijp je data als een diamant.

Een ruwe diamant is dof en niet geschikt om in een juweel te plaatsen. Voordat hij schittert komen er veel bewerkingen aan te pas. De diamant wordt glad gemaakt. Onzuivere delen worden eraf gehaald.

Zo is het ook met (zorg)data. Het proces van het zagen en slijpen van een diamant is vergelijkbaar met het werk dat er gedaan moet worden om van ruwe data, eenvoudig analyseerbare gegevens te maken. Een secuur werkje. Hoe lopen de lijnen tussen de verschillende databases en tabellen. Waar liggen de mogelijkheden tot verbindingen? Ook hier geldt dat je goed moet kijken naar de volledige dataset (ruwe diamant) en doordacht moet worden welke delen je eraf slaat. Dit begint bij de vragen die wilt beantwoorden. Meer daarover lees je in een eerdere blog.

Stap 2, ga voor goud!

Als je jouw data voor je laat werken, verandert het in goud!

Je kunt veel lezen over big data. De strekking van die artikelen is vaak dat je aan de bak moet met het analyseren van je “big” data! En leren van je data!

 

Op dit moment is de data van de gemiddelde zorginstelling zo “big” nog niet. Maar daar komt snel verandering in. Dagelijks groeit je data… Je doet een intake, registreert verzuim, werkt dossiers bij en je houdt tijd en doelmatigheid bij. Daar ontkom je niet aan. Daarnaast ga je steeds meer technische toepassingen (eHealth, Domotica) gebruiken die ook gegevens vastleggen.

 

Juist door die gegevens in te zetten, te verrijken en te combineren verkrijg je inzicht in waar je je organisatie naartoe moet sturen! Wat maakt jou nu zo aantrekkelijk voor je klanten? Welke interventies en behandelingen zijn succesvoller ten opzichte van andere? Hoe goed is jouw organisatie bezig met bevorderen van zelfredzaamheid? Ga voor goud en maak inzichtelijk waar jouw organisatie kansen heeft om te verbeteren. Kortom, Health Analytics!

Wil je eens van gedachten wisselen over wat er aan mooie inzichten verscholen zou kunnen zitten in jouw data?

Wij staan altijd open voor inspirerend gesprek en helpen je graag met je ideeën om jouw data te verzilveren!

 

Robert van Ginkel

 

Ontdek de kansen achter het digitaal classificatie-systeem

Het ECD met een digitaal classificatiesysteem biedt enorme kansen voor de zorg! In de inkoopstukken van de zorgverzekeraars kun je lezen dat je als zorgaanbieder in de thuiszorg verplicht bent om een digitaal classificatie-systeem te gebruiken. Digitaal en classificatie: twee hippe termen in zorgland maar een o zo gevaarlijke combinatie als je niet zelf achter je dashboard kruipt!

 

Waar komt die wens voor een digitaal classificatiesysteem eigenlijk vandaan?

Veel organisaties zijn er nog mee bezig. Het implementeren van hun digitale dossier dat methodisch werken ondersteunt. De afgelopen jaren zijn steeds meer zorgprofessionals gaan werken met een classificatie systeem. Wat het mooie hiervan is, is dat het professionals helpt dezelfde taal te spreken en samen te werken bij de ondersteuning van cliënten.

Zorgverzekeraars willen dat je een classificatiesysteem inzet om te kunnen meten en vergelijken hoe jij het doet ten opzichte van anderen. De eerste zorgverzekeraars en zorgkantoren zijn daar ook al mee begonnen. Ze zien namelijk zelf ook in dat benchmarken op doelmatigheid hoe dat nu gaat een beetje achterhaald is. Er wordt namelijk aan de kostenkant alleen naar tijd gekeken en niet naar de inhoud van wat je dan doet en hoe je dat doet. Het zou zomaar eens kunnen zijn dat acties inzet om zelfzorg en zelfredzaamheid in aanvang meer tijd kosten dan het verzorgen van iemand en handelingen overnemen. Middels een classificatiesysteem leg je gegevens van je inhoudelijke proces vast en kun je er ook iets mee.

Het is dus belangrijk om na te denken over wat je wilt doen met de data uit je ECD. Ongeacht of je nog moet starten met implementeren, aan het implementeren bent, of dat je al een tijdje live bent. Het kan je zoveel brengen als je weet wat je wilt gaan doen met je (dossier) data.

 

Maar waar moet je allemaal rekening mee houden?

Drie tips bij het starten van een zorginhoudelijke analyse:

  1. Niet over de data maar over de zorg! Wanneer je aan de slag wilt gaan met inhoudelijke analyses moet de drijfveer niet zijn dat we de data nu eenmaal hebben. Nee, er moet een vraag achter zitten vanuit de zorg. Als je vindt dat jij je onderscheidt in zorg bijvoorbeeld voor mensen met een auto-immuunziekte. Dan kan een achterliggende vraag zijn. Zien we verschillen in aanpak van de teams? Kunnen we meten wat wel en wat minder effect heeft op de tevredenheid en welzijn van onze cliënten. Kortom begin altijd eerst bij wat je wilt weten (wat is de verbeterkans of het probleem) en ga dan aan de slag om daar gegevens bij te verzamelen.
  2. Met de zorg! Het is natuurlijk leuk om te weten hoe goed je bent in het begeleiden van cliënten met een bepaalde uitdaging of aandoening. Dit kun je gebruiken in gesprekken met financiers. Maar je kunt er intern ook zoveel uithalen om je dienstverlening te verbeteren. Betrek dus de mensen uit de praktijk erbij! Zij kunnen direct een vertaalslag maken waar verbeterkansen liggen als je inzicht krijgt in: hoe komen cliënten bij ons; welke cliënten hebben wij in zorg (gehad); wat doen we allemaal voor onze cliënten en hoe (goed) doen we dat?
  3. Zorg voor vergelijkbare dossiers! Het maakt niet uit of je het nu hebt over zorg met wonen of thuiszorg. Overal verandert er iedere dag wel iets: je krijgt een nieuwe cliënt, zorgvraag verandert, cliënt is tijdelijk uit zorg, etc. Dit heeft effect op de volledigheid van je dossiers. En dus op de bruikbaarheid van je data. De gegevens die je hebt bij een cliënt die pas een week in zorg is, zijn waarschijnlijk nog niet volledig genoeg om relevante informatie te bieden. Voordat je aan de slag gaat met het doen van analyses en vergelijkingen is het van belang dat je onderzoekt of dossiers te vergelijken zijn.

 

Kun je wel zomaar starten?

Als klein ventje mocht ik weleens met mijn moeder mee naar het verzorgingshuis waar ze toen werkte. Ik vond dat helemaal te gek, een beetje over de gang racen in een rolstoel… Tegenwoordig kom ik voor mijn werk regelmatig in verzorgings- en verpleeghuizen. En eerlijk gezegd is die natuurlijke drang om in die leegstaande rolstoel te gaan zitten er nog steeds, maar ik weet die nu wat beter te onderdrukken.

Het starten met zorginhoudelijke analyses is eigenlijk niks anders dan gewoon in die rolstoel gaan zitten. Als je weet wat je wilt, dus als je jouw verbeterkansen en vragen duidelijk hebt, dan kun je gaan!

Wil je eens van gedachten wisselen of sparren over de vragen die je zou kunnen hebben, stuur mij even een berichtje!

 

Robert van Ginkel

robert.vanginkel@esculine.nl

Hoe gaan ondernemerschap en zorg samen?

 

Arne van Groenland was jarenlang manager bij een grote huisartsenorganisatie. Hij verstaat de zorgsector en weet waar kansen liggen door het doen van data-analyses. Van Groenland is één van onze adviseurs Health Analytics. Met hem maken we de balans op.

De toekomst van de gezondheidszorg staat stevig ter discussie, ook de rol van technologie daarin. Signaleer jij al iets van een verandering in de zorg?

‘Ik ben eigenlijk niet erg optimistisch en ik heb geen last van een opkomende winterdip. Ik zie om me heen dat de zorg ambivalent blijft in het maken van weloverwogen keuzes. De trend is samenwerken en daarom zie je ook dat overal en sector-breed proeftuinen worden gelanceerd, maar de vraag is hoe vernieuwend die zijn. En als er al sprake is van succes, welke concrete maatregelen volgen daar dan uit. Doelstellingen blijven vaak abstract’.

 

Je beweert regelmatig ‘dat er een taboe ligt op ondernemerschap in de zorg’, wat bedoel je daar mee?

‘Doordat doelstellingen abstract blijven is er altijd weer ruimte voor interpretatie. Een ondernemer kan zich dat niet permitteren. Omwille van het resultaat kijkt een ondernemer altijd naar meetbare effecten. Er moet resultaat uit zijn investering komen. Die houding mist de zorg. Het hele zorgproces is gericht op het proces zelf en niet op voor wie het proces gemaakt is. Er wordt veel geklaagd, maar tegelijk is de loyaliteit van zorgprofessionals enorm. Mensen werken hard, met hart en ziel. Niets op af te dingen. Maar of iemand op de goede plek zit, wat het rendement is en het resultaat? We weten en meten het niet’.

Wat mis jij in het debat over de toekomst van de gezondheidszorg?

‘We zijn niet in staat werkelijk te denken vanuit de klant. De term patiënt of cliënt centraal wordt vaak als dekmantel gebruikt. In de praktijk wordt zelden vanuit de patiënt geredeneerd als ‘mens’, ‘klant’, ‘doel’. Ik verbaas mij erover dat intentie, perceptie en werkelijkheid zo ver uit elkaar liggen.

 

In de toekomst zullen we voor ‘de patiënt of cliënt’ een sluitende definitie moeten formuleren.

Trendwatcher Bakas klinkt hoopvoller. Hij voorspelt een revolutie in de zorg en het zijn de burgers en nieuwe technologie die dat gaan bewerkstelligen…

‘Ik ben het eens met Bakas. De techniek hou je sowieso niet tegen. De burger wordt mondiger. De klant hoort centraal te staan. Dat hoeft voor de zorg geen bedreiging te zijn, maar biedt juist kansen. Omarm die verandering en ga te werk als een ondernemer. Daarmee creëer je een stevige, sturende positie in de zorgmarkt’.

Reacties op dit stuk zijn uiteraard welkom.

Of als je verder van gedachten wilt wisselen dan kun je natuurlijk ook een afspraak maken.

 

Arne van Groenland

Arne.vanGroenland@esculine.nl